Deze auto is sinds 2008 niet meer in productie.
De opvolger is inmiddels getest, zie:
De opvolger is inmiddels getest, zie:
Audi A6 3.0 TFSI quattro Pro Line |
Audi A6
2.4 MT Proline
Remco van Kampen, 26 mei 2006
Intro

Het exterieur
Het interieur

De stoelen zijn in onze testauto niet bekleedt met leer, maar gewoon met stof. Hierdoor mis je wel het echte luxe gevoel maar desalniettemin zitten de elektrisch verstelbare stoelen goed, en naar enig instelwerk vind je altijd wel de juist zitpositie. Een kleine tegenvaller is wel het volgende: Indien de bestuurder aan de grote kant is, (ondergetekende is 1,90 meter) is voor een goede zitpositie alleen de laagste stand voldoende. Door de lage daklijn kom je anders zo hoog te zitten dat een goed overzicht over de weg niet mogelijk is.
Om nog een keertje bij de 5-serie terug te komen, deze heeft i-drive, werkelijk een hel voor de beginnende bestuurder van de auto. Gelukkig heeft Audi hiervan geleerd en komt het met het MMI-systeem. Het heeft dezelfde functies als i-drive alleen een stuk overzichtelijker en makkelijker te bedienen. Zoals op de foto te zien is, zijn er diverse knoppen rondom een draaiknop waarmee je tal van functies kunt oproepen. Ook heeft Audi ervoor gekozen nog een aparte draai/drukknop voor het volume te plaatsen zodat je altijd met één druk of draai het volume uit kunt schakelen of zachter kunt zetten.
Onze A6 was voorzien van de volgende opties: automatische airco, zes cd-wisselaar in het dashboardkastje, tien speakers, houtafwerking, zij-airbags achter, MMI high (kleurenscherm) en het lichtpakket. Het lichtpakket omvat o.a. sfeerverlichting in het interieur die naar eigen wens in te stellen is. Vrij overbodig maar het geeft wel een schitterend effect in het donker.
Het rijden

De Multi Tronic automaat waarvan de A6 is voorzien, valt in de basis te vergelijken met de oude dafjes. Geen stapsgewijze overgang van verzet naar verzet, maar een volcontinue overgang. Hierdoor zal bij rustig versnellen de toerenteller nagenoeg op dezelfde plek blijven staan, een aparte gewaarwording. Het levert een heel continu motorgeluid op. Voor de mensen die graag de motor horen zijn er drie opties: vol het gas intrappen, de automaat in de Sportstand zetten of zelf schakelen. Want wanneer je vol het gas intrapt reageert de auto net zoals elke andere auto en trekt deze met vol motorgeronk op. Wanneer je de automaat in de S(port)stand zet zie je direct de toerenteller met zo’n 1000 tpm stijgen en reageert de motor veel heftiger op het gaspedaal, ideaal voor snelle inhaalmanoeuvres of stoplichtsprintjes. Voor het dagelijkse verkeer is het echter te nerveus en zul je gewoon de D(rive) gebruiken. Dan is er nog de laatste optie: zelf schakelen. Zelf schakelen kan normaal alleen door het pookje naar rechts te duwen en naar voren of achter te trekken om te schakelen. Voor het schakelen zijn er zeven verzetten waaruit je kunt kiezen. Onze testauto is tevens ook voorzien van flippers achter het stuur voor het echt “Formule 1”-effect. Deze kun je op elk gewenst moment gebruiken zonder ook maar aan het pookje te hoeven zitten. Wanneer je acht seconden niet geschakeld hebt zal de automaat zelf weer het roer overnemen en het juiste verzet zoeken. Leuke optie maar eigenlijk compleet overbodig, omdat de automaat al zo subliem is dat zelf schakelen, behalve in de bergen, nooit in je op zal komen.
De 177 pk en 230 Nm die de 2.4 motor levert zorgen ervoor dat je met automaat in de S-stand in 9.2 seconden op 100 km/u zit. Dit gaat goed op een droog wegdek, echter wanneer het wegdek enigszins vochtig is hebben de voorwielen soms voelbaar moeite alle krachten om te zetten in voorwaartse snelheid. Op dat moment voel je de elektronica ingrijpen om te zorgen dat je toch vooruit komt. Ook bij een krappe rotondetest voel je wanneer je harder dan 50km/u gaat, dat het onderstel moeite heeft en de elektronica een handje helpt. Maar over het algemeen is de wegligging subliem. Bochten zijn met bovengemiddelde snelheden te nemen zonder dat je ook maar het gevoel hebt dat het de auto teveel wordt.
Ook op de Autobahn staat de A6 zijn mannetje. Een kruissnelheid van 180 km/u is zonder moeite te bereiken. Daarna duurt het allemaal wat langer en bij zo’n 200 km/u is de fut er echt uit. De top hebben wij niet gereden maar deze zou volgens fabrieksopgave op 226 km/u liggen. Ook op de door ons gereden snelheden gedraagt de a6 zich voorspelbaar en tot zo’n 170km/u valt het windgeruis nog binnen de perken.
Dan weer terug in de stad, een krappe parkeerplek maar wel bijna vijf meter auto. Gelukkig ook een auto met parkeersensoren voor en achter, ideaal. Het is even wennen om alleen op de piepjes te vertrouwen en niet gelijk te stoppen zodra je het eerste piepje hoort, zodra je hiermee gewend bent kom je in veel meer parkeerplekken dan je zelf had durven dromen. Het is alleen wel jammer dat Audi niet net zoals in de 5-serie ook op het scherm laat zien waar het obstakel zich bevindt.
Slot

MMI systeem, met links boven de handrem
Een auto die het de concurrentie het afgelopen jaar al moeilijk heeft gemaakt, maar bovendien ook de eigen A8. Dit komt voornamelijk door de fors gegroeide buitenmaten, waarbij het interieur ook flink geprofiteerd heeft. Deze heeft de omvang van de vorige A8. Als je het zo bekijkt is de A6 scherp geprijsd. Het blijft natuurlijk een hoop geld maar naar onze smaak is de A6 dat in deze klasse zeker waard.
Plus
+ Multi Tronic automaat
+ MMI systeem
+ Interieur
Min
- Electronische handrem
- Doorsnee Audi voorkant
- Lage daklijn (voor lange mensen)
Reactie plaatsen
Testverslag
Foto's
Gegevens
Afdrukken
Doorsturen
(25%)