Opel Insignia OPC
2.8 V6 Turbo
Pawel Piotrowski, 12 maart 2010
Paradepaardje

Klaar voor vertrek

Audi S4 3.0 TFSI quattro Pro Line | ||
Bij het omdraaien van de sleutel worden de 325 turbopaarden uit hun slaap gehaald en braakt het Remus uitlaatsysteem de bijbehorende uitlaatdampen letterlijk uit. Het geluid dat volgt laat zich nog het best omschrijven als rauw en ongepolijst, om nog maar te zwijgen over de hoeveelheid decibellen. Naar mate de temperatuur van het blok stijgt, zakt het toerental met een paar honderd. Tijd om te vertrekken dus. Met een ferme slag zet ik de bak in de eerste versnelling en rijd ik rustig – hoe ironisch klinkt dat – weg. Tijdens de eerste kilometers pas ik het nieuwe rijden toe en schakel ik vroeg op. Er gaat namelijk best wat tijd overheen totdat het blok de juiste olietemperatuur heeft bereikt. In de normale modus laat zich de Opel moeiteloos door het drukke ochtendverkeer dirigeren. In vergelijking met een willekeurige leasebak trek ik wel alle aandacht op me.
Op naar Spa-Francorchamps

Opel Insignia 2.0 Turbo Cosmo | ||
Opel Insignia 2.0 CDTI EcoFLEX Business | ||
Nu is het zuiden van Nederland niet bepaald een ideale locatie om het gas wat dieper in te trappen. Naast de diverse flitskasten, drempels en het gebruikelijke fileleed nodigen de kaarsrechte wegen niet echt uit om een leuk stukje te sturen. Samen met fotograaf Luuk valt het besluit om het kronkelige asfalt van onze zuiderburen nabij Spa-Francorchamps op te zoeken. Daar komt de Opel met zijn Flexride en Adaptive 4x4 veel beter tot zijn recht. Het motorvermogen wordt door deze elektronica tussen de voor- en achteras en over de linker- en rechterwielen verdeeld. Dat schept uiteraard bepaalde verwachtingen over de wegligging in bijvoorbeeld scherpe haarspeldbochten.
Maar zo ver is het nog niet. Op de snelweg rijdt de OPC betrekkelijk comfortabel over het in topconditie verkerende Nederlandse asfalt. Het onderstel is weliswaar merkbaar stugger afgesteld, de normale modus van Flexride laat echter een mooi compromis tussen sportiviteit en comfort toe. De besturing mist in dezelfde modus wat weerstand door een te sterke bekrachtiging, maar is door een speciaal voor de OPC ontworpen vooras ook superdirect en communicatief. In mijn handpalmen voel ik de wegbelijning onder de wielen verdwijnen en zou ik bij een euromunt zelfs kunnen raden welke zijde boven ligt. De gewone Insignia staat om zijn directe besturing bekend, maar in de OPC lijken alle mechanische onderdelen nog directer met elkaar in verbinding te staan. Het doet mij zelfs denken aan de magistrale stuurinrichting van de Focus RS
Ford Focus RS | ||
Waterworld

Tijdens diverse fotostops ontstaat wat tijd om het uiterlijk van de Insignia OPC nader te beoordelen terwijl fotograaf Luuk zijn werk doet. De Insignia is een welgevormde middenklasser waarmee Opel een mooie troef in handen heeft. De auto heeft in de basis al veel weg van de fraai gelijnde GTC Coupé Concept, het Opel Performance Center heeft daar nog diverse details aan toegevoegd. Het meest in het oog springend zijn wellicht de ‘tijgertanden’ in de voorbumper. Deze extra koelopeningen moeten het krachtige blok van voldoende zuurstof voorzien. Aan de achterzijde domineren de door Remus ontworpen uitlaatsierstukken en de tussenliggende diffuser het beeld. Het geheel oogt samen met de 20 inch velgen zeer dik en zelfs een tikje vulgair. Dat laatste komt vooral door de olympic white lak die alle lijnen en details optisch benadrukt. Een andere kleurkeuze zou misschien beter passend zijn geweest, ook omdat een witte lak nogal snel smerig wordt.
Kippenvel

De 2.8 V6 Turbo pakt vanuit lage toeren mooi op en gaat boven de 2.000 toeren echt los. Vanaf dat moment levert de turbo voldoende laaddruk om een serieus snelle acceleratie in te zetten. Dit is ook het moment dat de volle 400Nm ter beschikking staan. De trekkracht is mooi horizontaal opgebouwd tot 5.250 toeren, daarboven bereikt de motor in combinatie met een kortstondige overboost van het koppel zijn piekvermogen van 325pk en 435Nm. Dit is duidelijk voelbaar. In het begin verloopt de acceleratie mooi lineair, boven de 5.000 toeren komt daar een plotselinge sterkere duw in de rug bovenop. Tijdens zo’n tussenacceleratie verandert de irritante brom in een mooie heldere zescilinder roffel waar je haren van overeind gaan staan. De turbo fluit daar ook nog eens lekker dwars doorheen. Als je vervolgens het gas voor een bocht lost en naar een lager verzet terugschakelt komen er luide plofjes uit beide uitlaatmonden. Op zulke momenten ben je de irriterende brom alweer vergeten en blaas je met een brede grijns op je gezicht door naar de volgende bocht.
Op droog asfalt bijten de banden zich vast in de bochten en klemmen de Recaro-stoelen je stevig vast. Door de directe besturing kun je de apex mooi aansnijden om de ideale lijn te kunnen nemen. Wanneer je bij de exit teveel gas geeft glijden de voorbanden gecontroleerd over het asfalt heen en treed er dus licht onderstuur op. Vreemd, je zou juist verwachten dat het Adaptive 4x4 systeem het surplus aan koppel naar de achterwielen zou sturen. Door het gas iets te lichten is dit eenvoudig weer te corrigeren en vervolgd de Opel weer keurig zijn pad. Als wij ‘s avonds weer langzaam huiswaarts keren wordt het tijd voor een onoverkomelijke tankbeurt. Na zo’n dag is het logisch dat er meer Euro 98 door de leidingen stroomt dan tijdens woon – werk verkeer. Na een vlugge berekening blijkt er elke 100 kilometer 14,4 liter brandstof te zijn verbrand. Aan het einde van de testperiode ligt het gemiddelde echter lager, namelijk op 12,2 liter per 100 kilometer.
Moordende concurrentie

Fotografie: Luuk van Kaathoven
Plus
+ Communicatief onderstel
+ Messcherpe besturing
+ Sympathiek brandstofverbruik
Min
- Mist representativiteit
- Irritant gebrom op continue snelheden
- Te duur


Testverslag
Foto's
Wallpaper
Gegevens
Afdrukken
Doorsturen
(25%)