Carver One
0.7 16v turbo
Wilbert Huls, 22 augustus 2008
Natuurlijk evenwicht

Wat is het?

Van zulke vormen kijkt iedereen op.
Wat moet je er ook van vinden? Een motorwiel voor en twee autowielen achter. Een vorm die van opzij wel wat op een ei lijkt, maar recht van achteren zie je weer een grote wigvorm. Daarnaast zijn het vele glas, inclusief de gebogen voorruit, en de grote spoiler achterop ook geen dingen die je dagelijks op een dergelijke manier terug ziet. Afgezien van het feit of je het ontwerp nu mooi of lelijk vindt, kan je het toch in ieder geval futuristisch noemen. Een andere gehoorde opmerking “Ik mis alleen nog de wieken bovenop!” is aan de ene kant een grappig bedoelde uitspraak, maar ligt tot schrik van de uitspreker dichter bij de realiteit dan hij voor mogelijk hield. Carver Engineering bemoeit zich namelijk in vergaande mate met de ontwikkeling van de Pal-V, een combinatie tussen een soort van Carver en een helikopter.
Tandemzit

Een kleine ruimte waarin soberheid troef is.
De stoelen zijn kuipstoelen uit één stuk in hun puurste vorm. Op het eerste gezicht wel vreemd, aangezien het idee van de Carver juist is dat je de zijdelingse krachten opheft door te kantelen, maar toch geeft het wel een prettig, zeker gevoel als je ‘om gaat’. De zwarte stoelen zijn op de randen bekleed met leer en op de zitting en leuning met alcantara. De enige verstelling die mogelijk is, is het voor- of achterwaarts schuiven van de stoel. Je zou het van de buitenkant niet zeggen, maar de Carver is een heuse tweezitter. En ondanks de onconventionele houding die de passagier moet aannemen, zit het helemaal niet gek. De presentatoren van het Britse Top Gear omschreven de typische tandemzit al eens als ‘niet verbazingwekkend in een land dat ook het homohuwelijk als eerste gelegaliseerd had’. Het klopt dat de relatie met de passagier wel goed moet zijn, want zijn voeten komen namelijk om jou als bestuurder heen. Op het portier – dat maar aan één zijde zit – en op de andere zijde zitten steunen waar de passagier zijn voeten op kan zetten. De instap lijkt wat lastig, maar valt door het handig schuif- en kantelsysteem van de voorste kuip erg mee. Wel vergt het even enige afstemming alvorens je de deur dicht kan trekken of je gordel kan omdoen.
De bagageruimte meet nul liter. Die is er namelijk niet. De enige plek waar je wat kwijt kan is op de achterste stoel, en evt. op de paar vierkante centimeter daarachter, maar dat ‘hoedenplankje’ is zeer moeilijk te bereiken door de hoofdsteun van de achterste kuip. Op de optielijst staat een bagagerek, maar dat is dan wel voor de buitenkant van de Carver.
Bochtenridder

Het bochtenwerk is dé reden waarom je Carver wilt rijden.
Na eerst wat binnendoor gereden te hebben, moeten er toch nog wat kilometers afgelegd worden, dus dat wordt een stuk A32 vanuit het hoge noorden. Grote vlaktes en een stevige wind die dwars op de weg staat. Het was geen overbodige mededeling om te waarschuwen voor de windgevoeligheid. Het voordeel is wel dat je met de Carver een beetje ‘in de wind kan gaan hangen’. Op de snelweg wordt ook duidelijk dat de driewieler meer dan snelwegwaardig is. Je kan zonder moeite met het verkeer meekomen. De 659 cc Daihatsu-motor is meer dan voldoende voor de lichte Carver. De Japanse ‘Kei-motor’ is dankzij de turbo met intercooler lekker levendig en een echt toerendraaiertje. Het maximale vermogen ligt bij zo’n 6000 toeren en aangezien je toch dat motorfietsgevoel een beetje probeert te krijgen, is flink toeren draaien niet verkeerd. Het geluid is helaas wel wat simpel. De demper probeert er voor de buitenwacht nog wat van te maken, maar van binnen lijkt het wel een opgevoerde naaimachine. Overigens is er af-fabriek nog motortuning mogelijk om daarmee de motor tot een maximaal vermogen van 85 pk te brengen in plaats van de standaard 68 pk. Dat meer dan meekomen in het verkeer ook mogelijk is, blijkt later op windstillere momenten wel. Snelheden van 160, 170 km/h zijn nog best te doen, al merk je wel dat de Carver dan steeds lichter stuurt. Veel harder is niet mogelijk, maar zou ook niet wenselijk zijn.
Na flink gereden te hebben ga je je helemaal één voelen met de Carver. Zoals een motorrijder ook niet schuin gaat hangen omdat het zo leuk is, maar om de krachten te neutraliseren, zo ontwikkel je die feeling gaandeweg met de Carver ook. En dan is het héél leuk spelen met het karretje. Op het dashboard geven ledjes aan hoever de uitslag is en gaan er op een gegeven moment zelf alarmbliepjes af als je het te bont maakt. Toch krijg je ook dan niet het gevoel op de grens te zitten van de mogelijkheden van de Carver. Je ervaart ineens aan den lijve waarom sommige motorrijders nog wel eens een klaverblad teveel nemen. Een bochtig landweggetje is een waar feest en al zou het kantelen niet genoeg zijn, dan toch zeker de met stomheid geslagen gezichten die je aanstaren. Bij het snellere bochtenwerk is één ding heel belangrijk: de bocht inkijken. En laat hier nu juist een minpunt van de Carver om de hoek komen kijken. De dikke A-stijlen zitten wanneer je schuin hangt nog wel eens in de weg als je een eindje voor je uit wil kijken. En dat kan natuurlijk niet bij een bochtenridder als deze Carver One.
Trots

Dit alles neemt niet weg dat de Carver enorm veel rijplezier geeft. Het bochtjes draaien gaat, ondanks dat het spannende er na de eerste dag wel vanaf is, niet vervelen. Het blijft leuk om met zoveel meer beleving over de weg te zoeven. Je zoekt er bewust de bochtige B-wegen voor op, ook al betekent dit dat je niet op de snelste manier op de plaats van bestemming komt. Nederland kan met recht trots zijn op dit bijzondere stukje techniek dat in ons land zijn roots heeft liggen.
Plus
+ Origineel concept
+ Veel bekijks
+ Fun to drive
Min
- Praktische bruikbaarheid
- Zichtbelemmerende A-stijl
- Prijs
Reactie plaatsen
Testverslag
Foto's
Wallpaper
Gegevens
Afdrukken
Doorsturen