Deze auto is sinds 2009 niet meer in productie.
De opvolger is inmiddels getest, zie:
De opvolger is inmiddels getest, zie:
Mitsubishi Outlander 2.2 DI-D Instyle TC-SST 4WD |
Mitsubishi Outlander
2.4 2WD Intro Edition
Wilbert Huls, 28 december 2007
Neerlands hoop

Een Japanse auto: belangrijk voor Nederland.
Opvolger of grote broer?

Duidelijk volwassener dan de vorige Outlander.
Een extra reden waarom Mitsubishi al zo gauw kon overgaan tot de productie van een geheel nieuw model, is de joint venture die ze is aangegaan met het PSA-concern. De regelmatige bezoeker van deze site krijgt bij het zien van de foto’s wellicht een déjà vu gevoel als hij de test van de Citroën C-Crosser enige tijd geleden bekeken heeft. In essentie is het namelijk dezelfde auto als deze Outlander. Ook de Peugeot 4007 verschilt maar miniem van de Outlander.
Deze Outlander, hoewel dus niet helemaal te bekijken als de opvolger van de vorige Outlander, is in alle dimensies gegroeid. Het wat ielige karakter dat de eerste Outlander als SUV had, is nu niet meer aanwezig. Dat zit hem met name in de bollere lijnen die het koetswerk tekenen. Ook de dikke wielkasten en grote kunststof randen rondom onderlangs maken de Outlander tot een potente verschijning. De led-achterlichten geven de auto een lekker eigenzinnige uitstraling van achteren. De lakkleur is bij de uitstraling wel heel bepalend. Waar dit ‘Cool Silver’ de auto toch weer wat anoniemer maakt, komt er in het ‘Amethyst’ zwart wel direct wat aan rijden. Zeker met geblindeerde zijruiten. Ook de zestien inch wielen zouden omwille van de uitstraling net een slagje groter mogen.
Daar Mitsubishi als enige van de drie merken ervaring heeft met SUV’s en zelfs een respectabele staat van dienst als het gaat om terreinwagens, lijken zij ook de grootste vinger in de pap te hebben gehad in het basisdesign. Uiteraard probeert ieder merk zijn eigen gezicht te verbinden aan de auto, maar het is toch wel de Outlander die er het ‘natuurlijkst’ uit ziet.
Drie zielen, één dashboard

Een kaal interieur: gelijk aan de C-Crosser en 4007.
Het dashboard zelf is relatief kaal en gewoontjes. Twee grote kokers waar de meters in zitten achter het driespakige stuur, een dubbel-DIN navigatiesysteem in het midden en daaronder drie knoppen waarmee de airconditioning en ventilatie geregeld kunnen worden. Verder zitten er een aantal opbergvakjes verwerkt in het dashboard. Op zich komt het dashboard redelijk degelijk over, maar als je de kastjes open doet, komt het allemaal wel wat ‘dunnetjes’ over. Tijdens de verschillende ritten kwamen juist ook uit de hoek van de opbergvakjes wel wat kraakjes. Het navigatiesysteem komt overigens erg sterk over als ‘later ingebouwd’, en dat komt met name door de rechthoekige dubbel-DIN vorm, waarbij de lijnen van het dashboard niet mooi doorlopen. Toch is dit het officiële inbouwsysteem, want ook de C-Crosser en 4007 beschikken over exact hetzelfde Jackford Fosgate-systeem. De werking van het systeem is overigens prima. De begeleiding is prima en ook de bediening is middels touchscreen erg gemakkelijk.
De donkergrijze, stoffen stoelen zijn relatief zacht. Omdat je ook al gevangen wordt door de verdikte zijkanten op rugleuning en zitting, had de zitting zelf best wat harder gemogen, maar desondanks zitten ze toch niet onaardig. Achterin is het op een zelfde soort zitting ook goed vertoeven. Helemaal opmerkelijk is de ruimte voor benen en hoofd. Ook met de voorstoelen in de achterste stand, kan je nog prima op de achterbank zitten. Uiteraard kan in een auto als deze de achterbank ook nog plat om de wereld aan laadruimte te krijgen, maar ook met de bank omhoog heb je een behoorlijke ruimte. Op het eerste oog ziet de bumper er uit als een obstakel wanneer je iets achterin de auto wilt leggen, maar met één ontgrendeling is deze tildrempel weg te toveren en klapt de bumper naar voren. Hierdoor ontstaat niet alleen een vlakke laadruimte, maar heb je ook nog eens een plek om op je gemak te gaan zitten en bijvoorbeeld je besmeurde laarzen weer te vervangen door schoenen. Iets waar een gemiddelde gebruiker van een SUV wel eens mee kan zitten.
Gretig

De 'instapmotor' is met zijn 170 pk die naam onwaardig.
Het 2.4 benzineblok voldoet prima. Het is overigens niet dezelfde 2.4 als in de Outlander Sport, want die meet tien pk minder. Het is een rauw en gretig motortje, dat lekker toeren wil maken. Het gretige blijkt ook met name uit het feit dat je even moet wennen aan de motor bij het wegrijden vanuit stilstand. De Outlander reageert gevoelig op het gaspedaal en dat vraagt dus enige souplesse om dat lekker te laten verlopen. Je kan de toerenteller flink laten oplopen en met een paar korte schakelklappen zit je maarzo weer op snelheden die je een leuke prent kunnen opleveren. Het schakelen gaat zonder problemen, al is bij dit model duidelijk te merken dat hij nog niet geheel ingereden is, maar dat lijkt typisch voor een dergelijk nieuw exemplaar te zijn. De vorige Outlander (en dus ook de Outlander Sport) zijn niet leverbaar met dieselmotoren en dat is deze bij deze nieuwe wel het geval. Hier heeft Mitsubishi op zijn beurt voordeel van de inmenging van PSA in de ontwikkeling, want de 2.2 Di-D komt van dat concern. Vreemd genoeg is er naast deze common-rail diesel ook nog een 2.0 Di-D pompverstuiver beschikbaar, welke afkomstig is uit de VAG-stal. Op zich een vreemde zaak dat Mitsubishi deze twee diesels, met maar een kleine krachtsverschil, naast elkaar levert. Vermoedelijk zit het hem in de 3000 euro prijsverschil die de VAG-diesel in zijn voordeel heeft.
Op hoge snelheden komt de Outlander goed mee. Wel is het jammer dat deze benzinevariant naast de automaat alleen maar gekoppeld kan worden aan een handgeschakelde vijfbak. Het is niet dat je de zesde versnelling in het rijden echt mist, alswel dat je omwille van zuinig rijden nog wel vaak even op wil schakelen. Het testverbruik was ook al niet echt in de buurt van de opgegeven waarden. Nu ligt het al gauw wat hoger, maar heel gekke dingen die het verbruik beïnvloeden zijn er nou ook weer niet gebeurd. In het stadsverkeer ondervindt de Outlander ook geen problemen. Je hebt niet het gevoel met zo’n grote auto op pad te zijn. Deels komt dat ook doordat je een goed overzicht hebt over de omgeving. Neem daarbij een ietwat lichte besturing, maar wel een die lekker precies stuurt, dan laat het zich raden dat het intensieve bochtenwerk of inparkeren geen problemen zal opleveren.
Economisch verantwoord

Geen gekke prijs voor zoveel auto.
Degene die toch eens een keer de modder in wil of regelmatig een stevige trailer wil trekken, zal toch eerder naar een dieselgestookte Outlander kijken. Standaard beschik je dan al over de aangename vierwielaandrijving. Vanaf een kleine 36.000 euro is de goedkoopste diesel te verkrijgen. Ook dat is geen gekke prijs. En dan heb je direct ook nog eens een verbruiksvoordeeltje. Welke versies ook verkocht worden, het is te hopen dat het er veel zullen zijn, want daar plukken in het zuiden des lands weer veel mensen de vruchten van. En zo is zo’n aankoop van twee kanten economisch te verantwoorden.
Plus
+ Ruimte
+ Krachtige motor
+ Prijs
Min
- Kaal interieur
- Relatief snel verlies tractie
- Verbruik
Goed en eerlijk verslag!
Testverslag
Foto's
Gegevens
Afdrukken
Doorsturen
(25%)