Deze auto is sinds 2010 niet meer in productie.
De opvolger is inmiddels getest, zie:
De opvolger is inmiddels getest, zie:
Audi TT S Roadster 2.0 TFSI quattro Pro Line |
Audi TT Roadster
2.0 TFSI
Wilbert Huls, 2 juni 2007
Intro

De nieuwe TT, maar dan zonder dak...
Het zonnetje scheen en de temperaturen waren aangenaam tijdens de testdagen, ideaal om de TT Roadster goed tot zijn recht te laten komen.
Het exterieur

Van dicht naar open in 12 seconden
In hoofdlijnen is de auto nog steeds ‘rond’ zoals zijn voorganger, maar door de scherper gelijnde details komt ook deze roadster aanmerkelijk sportiever over. Met name de lampen voor en achter en de vouwen hier en daar in het plaatwerk dragen hier zorg voor. Ook de grote singleframe grille laat de auto gretiger ogen.
Wanneer het dak elektrisch wordt geopend, openbaart zich de karakteristieke cabrioletvorm met een grote rechte achtersteven. In 12 seconden opent (of sluit) de kap zich. Ook de ontgrendeling is volledig elektrisch. De kap vouwt zich netjes achter de hoofdsteunen op, maar wordt niet meer verborgen onder een afdekking. Op zich vouwt de kap zich strak op en ziet het er zodoende wel netjes uit, maar aangezien er natuurlijk aan beide kanten wel flink wat spelingsruimte overblijft, kan het toch wat vreemd en onaf overkomen. Met name als je naast de auto met geopende kap staat en je dus zo van bovenaf bij de kap langs kan kijken. Achter de twee hoofdsteunen zijn de bekende blinkende rolbeugels aanwezig, waarvan een soortgelijke variant ook op de vorige generatie zat. Eventueel is een windschot hier nog weer achter, ook elektrisch, op te zetten.
Het interieur

Praktisch geen verschillen met de coupé
De sportieve zwarte stoelen zijn bekleed met een combinatie van zwart leder en alcantara. De zitpositie is goed in te stellen. Door middel van handmatig bedienbare hendels en draaiknoppen is de hoogte, de stand van de leuning en de afstand tot het stuur en de pedalen in de juiste posities te zetten. Neem daarbij nog een goed verstelbaar stuur en iedereen moet zijn plekje kunnen vinden. De wangen en lendensteunen omklemmen de bestuurder en passagier om zonodig ook bij het wildere bochtenwerk goed op de plek te blijven. Helaas zijn deze opstaande randen niet in te stellen. Natuurlijk is de ruimtebeleving met de kap open grandioos, maar ook met de kap gesloten heb je nog steeds een goede ruimte om je heen. Doordat er in tegenstelling tot bij de coupé geen nutteloos achterbankje is, is daarmee ruimte gecreëerd om de kap op te bergen. Het voordeel is dat je zodoende voorin niet aan ruimte hoeft in te boeten. Ook in de koffer zijn gevolgen beperkt gebleven, al zijn er toch nog weer 40 liter verloren gegaan en is er slechts 250 liter aan opbergruimte beschikbaar.
Het rijden

Mooi weer... dakje open... Wat wil je nog meer?
In de vorige TT-test werd reeds het vermoeden geopperd dat de 200 pk uit de TFSI motor ruim voldoende zou zijn voor sportief capaciteiten en dat blijkt ook. Deze TT is nog steeds ongelooflijk snel. In een respectabele 6,7 seconden tikt de naald al 100 km/u aan en daarna gaat hij ook vrolijk door. Wanneer je de motor flink toeren laat maken alvorens op te schakelen hoor je steeds het fluiten van de turbo en dat is toch een geluid waar je als autoliefhebber alleen maar van kunt genieten. Neem daarbij af en toe een klein plofje in de uitlaat bij het schakelen en het sowieso al stevige uitlaatgeluid en je kunt nagaan dat de oren gestreeld worden, zeker bij een pittig ritje met de kap open. Af en toe neigt het uitlaatgeluid wel een beetje naar een wannabe-geluidje wat onder menig oud ‘getuned’ autootje te vinden is, maar daar deze TT geen wannabe is, is het stevige geluid gerechtvaardigd. Bij deze sportieve eigenschappen past ook het kleine, lekker in de hand liggende pookje, waarmee je de bak met korte rake klappen van versnelling laat wisselen. Is het op een gegeven moment genoeg geweest en moet je de acceleratie vanwege de snelheidsbeperkingen staken, dan kun je zo nodig tot en met de zesde versnelling opschakelen om zodoende het verbruik te minimaliseren.
Je kunt de TT dus flink op zijn staart trappen en dan zal de acceleratie ernaar zijn, maar eigenlijk is het minstens zo leuk om lekker te cruisen, sterker nog, als het zonnetje lekker schijnt krijg je de neiging om rustig aan te doen om je verblijf in de auto zo lang mogelijk te laten duren. De motor leent zich daar ook prima voor. Wanneer je rustig wilt rijden, is dit geen enkel probleem. En ook hier kun je door de zes versnellingen het verbruik goed binnen de perken houden.
Met het kleine stuurtje kun je de TT prima de weg wijzen. Het reageert direct en precies en sluit zodoende prima aan op de sportieve aspiraties van de motor. Soms is het echter toch wel oppassen geblazen als je de auto bij hogere snelheid door de bocht wilt sturen. De neiging tot onderstuur is wel degelijk aanwezig al grijpen de hulpelektronica natuurlijk wel in om dit te voorkomen. Toch wel vaker dan je van een sportieve Audi mag verwachten knippert het ESP lampje als je gelijktijdig bemerkt dat de auto aan of net over zijn maximale kunnen zit. Dit geeft toch wel weer aan dat je, wanneer je tenminste regelmatig van het stevigere werk wilt genieten, toch wel voor de quattro-aandrijving moet gaan. Helaas, en dat is toch eigenlijk wel een misser, is deze motoruitvoering niet beschikbaar met vierwielaandrijving. Wellicht dat het een marketingtechnische keuze is om de 3.2 nog wat extra meerwaarde te laten hebben, maar eigenlijk is dat jammer, want de TFSI-motor an sich is al potent zat.
De hoeveelheid rijwind en –geluid is natuurlijk erg afhankelijk van de toestand van de kap. Dat geldt overigens ook voor het zicht rondom. Met kap open is natuurlijk het zicht super, maar daardoor wordt het contrast met de kap dicht ook des te groter. De lage raampjes en het feit dat je schuin naar achteren geen zicht hebt, maakt het er allemaal niet prettiger op. Het sportieve geluid en tevens andere geluiden blijven redelijk buiten de auto als deze in gesloten toestand rondrijdt. Natuurlijk is het allemaal wel iets minder geïsoleerd dan de coupé, maar wat wil je... je hebt immers een stoffen kap nu. Het is alleszins acceptabel. Met open kap merk je natuurlijk wel aardig wat rijwind, maar het is nog niet echt hinderlijk aanwezig. Wel is het opvallend te noemen dat het effect van het windschot amper te merken is. Een optie die ik dan persoonlijk ook gewoon zou weglaten.
Slot

Voor de sportieveling toch maar liever quattro
De geteste TT is oneerbiedig gezegd de instapper, want goedkoper dan deze kun je hem niet krijgen. Althans in de basis. Want je kunt natuurlijk wel een hoop opties achterwege laten die hier wel op zitten. De geteste TT Roadster komt op 60.356 euro, waar je hem kaal al voor 48.625 euro op je naam kan laten zetten. Wil je het er op wagen om een open auto te kopen, omdat het Nederlandse klimaat toch steeds cabriovriendelijker wordt, dan is de TT een interessante mogelijkheid. Wel wordt het dan aangeraden om de quattro-uitvoering te nemen, als je er regelmatig eens stevig mee wilt boenderen. Maar eigenlijk zou je in dat laatste geval de open lucht moeten laten voor wat het is en de toch net wat snellere dichte TT nemen.
Fotografie: Martijn Koevoets
Plus
+ Prachtig interieur
+ Potente motor
+ Beleving van lucht en geluiden
Min
- Ruimtes rond neergelaten kap
- Onderstuur bij pittig bochtenwerk
- Windschot heeft weinig effect
Reactie plaatsen
Testverslag
Foto's
Wallpaper
Gegevens
Afdrukken
Doorsturen